Gisteravond, Popronde Utrecht in café DeRat. Nooit eerder deed een café waarin ik speelde het koffie- en theezetapparaat uit vanwege de herrie die die dingen maken. Stampvol, zelfs buiten stonden er luisteraars, want alleen de miauwende kat kon de deur nog door. Heerlijk was het om zacht te zingen, de deur te horen kraken, mensenverzitten en een zo zacht mogelijk ademhalen.
vrijdag 19 oktober 2012
dinsdag 16 oktober 2012
Een orkest
Voor en over Popronde schreef ik een blog:
Een orkest
Muziek, het gaat me steeds minder om muziek, steeds meer om geluid. Geluiden die we dan weer muziek zullen noemen. Maar om de naam gaat het niet. Piepen en fluiten, een stalen kogel die rolt, de aanslag van een snaar, niet de toon zelf, de aanslag, de stilte wanneer een vinger trillen stopt. Je herkent dit misschien: in stilte staat de muziek in je hoofd het hardst, terwijl een drukke omgeving die eigen muziek verdrijft.
In Zwolle's gay-bar, COC, was er ruimte. Er was stilte. Popronde bracht me inmiddels onder meer naar een blauwstaand café in een Rotterdamse buitenwijk, naar een Zwollense verlaten galerie, een drukbezocht Delfts bierhuis en een hip restaurant te Almere, maar COC, daar was magie. En Den Bosch, Den Bosch mag ik niet vergeten.
Ik stopte met zingen, midden in een lied, midden in een zin. De lucht als van papier, als kon ze elk moment worden verscheurd, oorverdovend. In mijn hoofd zoemde een viool, ze piepte en floot, en je kon zien hoe in de hoofden van luisteraars heel veel anders te horen was, een geheel eigen versie van het lied dat ik zo weer oppakken zou.
Alleen zing ik, met gitaar in de armen, maar op te verscheuren avonden als deze heb ik een orkest achter me. Pas dan wordt muziek geluid. Niet van het soort dat het ene oor in gaat, het andere uit - het mag zoemen en tollen, in de ruimte daarbinnen. Pas dan wordt muziek geluid.
Een orkest
Muziek, het gaat me steeds minder om muziek, steeds meer om geluid. Geluiden die we dan weer muziek zullen noemen. Maar om de naam gaat het niet. Piepen en fluiten, een stalen kogel die rolt, de aanslag van een snaar, niet de toon zelf, de aanslag, de stilte wanneer een vinger trillen stopt. Je herkent dit misschien: in stilte staat de muziek in je hoofd het hardst, terwijl een drukke omgeving die eigen muziek verdrijft.
In Zwolle's gay-bar, COC, was er ruimte. Er was stilte. Popronde bracht me inmiddels onder meer naar een blauwstaand café in een Rotterdamse buitenwijk, naar een Zwollense verlaten galerie, een drukbezocht Delfts bierhuis en een hip restaurant te Almere, maar COC, daar was magie. En Den Bosch, Den Bosch mag ik niet vergeten.
Ik stopte met zingen, midden in een lied, midden in een zin. De lucht als van papier, als kon ze elk moment worden verscheurd, oorverdovend. In mijn hoofd zoemde een viool, ze piepte en floot, en je kon zien hoe in de hoofden van luisteraars heel veel anders te horen was, een geheel eigen versie van het lied dat ik zo weer oppakken zou.
Alleen zing ik, met gitaar in de armen, maar op te verscheuren avonden als deze heb ik een orkest achter me. Pas dan wordt muziek geluid. Niet van het soort dat het ene oor in gaat, het andere uit - het mag zoemen en tollen, in de ruimte daarbinnen. Pas dan wordt muziek geluid.
maandag 1 oktober 2012
NIEUW LIED - SATURDAY
Eén van de studio-opnamen die we een middag in september maakten:
Abonneren op:
Reacties (Atom)